Foto

 

onze reuzen

Benaming van de Reuzen:


-Ridder Simon Utenhove gehuwd met Margriete De Bussere van Waarschoot.

 

Biografie / geschiedenis

Simon Utenhove, hoveling van Filips de Goede, stichtte in 1444 te Waarschoot een cisterciënzer priorij. Zeven monniken uit de priorij van Warmond (Nederland, prov. Zuid-Holland) namen als eersten hun intrek in het nieuwe klooster. De priorij werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, meestal met de toevoeging "(ten) Hove" naar de naam van de stichter. De eerste gebouwen waren klaar in 1448; de kerk werd in 1460 gewijd. Voor 1499 werd het klooster door Franse troepen platgebrand. De heropbouw werd in 1513 beëindigd met de wijding van de nieuwe kerk. In 1539 telde de priorij 7 geestelijken; in 1579 nog 3 monniken en 2 lekebroeders.

In 1578 en 1580 verwoestten de calvinisten de priorij, verdreven uiteindelijk de monniken en verkochten daarna de goederen. Na de aftocht van de protestanten werd Waarschoot onder het beheer van de Abdij van Boudelo geplaatst. Slechts in 1595 werd een nieuwe prior aangesteld. In het begin van de 17de eeuw dacht men zelfs aan een inlijving van Waarschoot bij de Abdij van Boudelo. De prior kon slechts vanaf 1633 opnieuw te Waarschoot in de herstelde priorij zijn intrek nemen. De nieuwe kapel werd in 1634 ingewijd. In de daaropvolgende jaren werd de streek van Waarschoot regelmatig onveilig gemaakt door invallen van Hollandse troepen. Telkens moesten de monniken de wijk nemen naar hun refugiehuis te Gent. In 1650 vestigden ze zich definitief te Gent in de Stoppelstraat. Deze nieuwe vestiging werd in 1663 goedgekeurd na overeenkomsten met de vertegenwoordigers van de stichters en de parochianen van Waarschoot. In de volgende decennia werd het refugiehuis te Gent tot een echt klooster uitgebouwd. De bouw van de kloosterkerk werd in 1700 beëindigd. In 1672 telde de priorij nog 4 monniken. Vanaf 1668 werd in de priorij een school opgericht en gaf men er ook cursussen in filosofie. Tijdens de 18de eeuw schommelde het aantal monniken tussen 6 en 12. Meerdere priors waren in de 18de eeuw gedeputeerden van de clerus van het Bisdom Gent in de Staten van Vlaanderen. De priorij bezat voornamelijk goederen te Gent, Eeklo, Lembeke, Bassevelde, Kaprijke, Maldegem, Oosteeklo, Waarschoot, Watervliet en Zomergem. Bij de verovering van Hulst door troepen van de Verenigde Provinciën in 1645 ging het belangrijke domein van de priorij in het Ambacht Hulst verloren. Tot omstreeks het midden van de 16de eeuw stond de priorij van Waarschoot onder het toezicht van de priorij van Waarmond; vanaf dan tot 1628 onder het toezicht van de Abdij van Boudelo, daarna van de Abdij van Ten Duinen, alhoewel ook dan Boudelo nog veel invloed had. De priorij werd door het Franse bewind in 1796 opgeheven en de monniken uitgedreven. De gebouwen in de Stoppelstraat werden in 1797 bij de openbare verkoop door enige gewezen monniken ingekocht. Ze slaagden er echter niet in hun kloostergemeenschap te doen herleven. Het kloostercomplex kwam in handen van de Burgerlijke Godshuizen van Gent (1833), de familie de Crom (1835) en Hye-de Crom (1865) en verdween in 1948